Nieuws

Groen en geel

Geplaatst op 18-03-2006  -  Categorie: Columns

Na de mislukte onderhandelingen tussen het bedrijfsleven, dat af wil van de rompslomp van een statiegeldsysteem, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben gemeenten en bedrijven nog tot 1 maart 2006 de tijd gekregen om afspraken te maken over het zwerfafval.

Zij moeten het eens worden over wie wat moet betalen om zwerfafval op te ruimen en, liever nog, te voorkomen. Ook moet de industrie er voor zorgen dat 55% van de eenmalige plastic flessen zoals PET-flessen, wordt ingezameld en gerecycled. Het bedrijfsleven is daarvoor in het 'Besluit beheer verpakkingen en papier en karton' verantwoordelijk gesteld. Als de gemeenten en bedrijven er niet uitkomen, dan voert het Rijk, in de persoon van staatssecretaris milieuzaken van Geel, alsnog statiegeld in op flesjes en blikjes.


Volgens de Stichting Nederland Schoon zijn in de samenstelling van het zwerfafval de categorieën drinken (24%), eten (20%), roken (17%) en non-food (18%) het meest bepalend. Een kwart bestaat uit (fris)drankflesjes en blikjes. Hoe effectief is dan om de drankenindustrie alleen, door middel van een statiegeldregeling, hiervoor verantwoordelijk te stellen?. Ook eten(-sverpakkingen), lege sigarettendoosjes en uitgedrukte peuken maken immers een groot deel uit van het zwerfafval.
Het is een politieke kwestie geworden waarbij partijen willen laten zien waar ze staan. 'De vervuiler betaalt' gaat niet op. Het bedrijfsleven moet de kosten voor inzameling ergens vandaan halen en dat betekent dat iedere koper betaalt, ook degene die wel de moeite neemt om de verpakking verantwoord weg te gooien of in te leveren.

 

Het dualisme onder de bevolking roept overigens vragen op. Klagen over zwerfvuil dat door dezelfde groep veroorzaakt is. Interessant in dat kader is dat het veroorzaken van zwerfvuil veroorzaakt wordt door meerdere factoren zoals fysieke omgeving, tijdstip, sociale omgeving en vormgeving van de verpakking.
Aspecten die voor een deel mee te nemen zijn in het ontwerp van een verpakking. Een verpakkingskundige weet er raad mee. Bij 'zwerfafval gevoelige' verpakkingen geen losse onderdelen, zoals afdekfolies, breekringetjes en treklipjes gebruiken en felle kleuren gebruiken zodat een verpakking opvalt die iemand wil weggooien, een stoere en mooie vorm met gebruiksfuncties voor producten voor de doelgroep jongeren van 16 tot 23 die het meeste zwerfvuil veroorzaken. Voorkomen is nog altijd beter dan genezen en een verpakkingskundige kan daarbij van dienst zijn.

VNV Columnisten

Vernieuwing is de stuwende kracht!
De VNV is een platform voor experts met een brede focus op de verpakkingsketen.

De VNV zet zich in voor de professionalisering van het verpakkingsvak en wil het profiel ervan binnen het bedrijfsleven en het onderwijs versterken.

De VNV ondersteunt leden bij hun professionele ontwikkeling. De leden doen dit vooral met en voor elkaar. De vereniging faciliteert en stimuleert de organisatie van bijeenkomsten en activiteiten, gericht op netwerken, kennisuitwisseling of de ontwikkeling van vakgerelateerde vaardigheden.

Voor veel verpakkingskundigen speelt de VNV een rol in hun loopbaanontwikkeling. Door het netwerk, maar ook omdat bedrijven en intermediairs gebruik maken van het platform om gekwalificeerde mensen te vinden voor vacatures en projecten.