Verborgen factoren

Geplaatst op 09-10-2020  -  Categorie: Columns  -  Auteur: Vladi Boroday

boroday-vladiVoor mijn buitenlandse stage tijdens de opleiding Food Innovation aan de HAS Hogeschool ben ik aan de slag gegaan in Cambridge bij PA Consulting. Hier werkte ik samen met een team van ingenieurs, designers en veel andere slimme koppen.

Gelukkig kon ik mij onderscheiden met mijn onlangs behaalde minor in Sustainable Product Design. Deze minor kwam qua timing perfect samen met de aankondiging van het SUP directive in mei 2018. Al snel begonnen er naar aanleiding van deze aankondiging veel vragen te komen van klanten: Wat is de beste verpakking voor mijn product? En hoeveel CO2-uitstoot wordt er bespaard wanneer er van een verpakking met EVOH laag naar een mono PP verpakking wordt overgestapt?

Ik ben met mijn leidinggevende gaan zitten en we werden het eens over de beste oplossing voor dit vraagstuk: een LCA (Life Cycle Assessment). Met wat generieke data uit de Idemat app van de TU Delft hebben wij de productie van het kunststof granulaat en de conversie van het granulaat naar folie erin verwerkt. De klant was tevreden met de uitkomst (PP was stukken beter) en wij hadden een snelle en makkelijke oplossing gevonden voor soortgelijke vragen.

Niets bleek minder waar te zijn toen ik eenmaal bij The LCA Centre begon als verpakkingstechnoloog. Er zijn zo ongelofelijk veel verborgen factoren die meespelen bij een vergelijking tussen verschillende producten of verpakkingen. Iemand zonder achtergrond in verpakkingen of iemand die onjuiste informatie gebruikt krijgt de gekste uitkomsten. Het is ook volstrekt logisch dat er veel kritiek wordt geuit op (slecht uitgevoerde) LCA’s.

Vaak wordt bijvoorbeeld het afvalpercentage vergeten. Bij een PET-fles heeft een rond label veel meer snijafval dan een vierkant label. En het bestaan van het label backing materiaal wordt vaak vergeten. En wat als de PET-fles direct geprint wordt in plaats van gelabeld? Dan heb je te maken met significant hogere uitvalpercentages en ook indirect hogere emissies. Dingen die je zonder ervaring of aanvullende data nooit kan weten.

Idem voor fillers of kleurstoffen in kunststof zoals titaniumdioxide; wat in ongeveer iedere witte of gekleurde verpakking zit. Zonder specificatie sheet en laboratoriumapparatuur is het lastig te achterhalen dat soms tot wel 40% van het materiaal geen kunststof is. Deze niet kunststof materialen kunnen ervoor zorgen dat de te berekenen milieu impact van de desbetreffende verpakking lager of hoger uitkomt dan wanneer dit niet is meegenomen. Daarnaast kan de aanwezigheid van kleurstoffen of fillers een effect hebben op de recyclebaarheid van een product. Waardoor het in werkelijkheid bijvoorbeeld niet gerecycled wordt maar verbrand wat voor hogere emissies zal zorgen.

Ook vinden wij wel eens vreemde stoffen in verpakkingen die er helemaal niet in zouden moeten zitten. De verkoper heeft er meestal geen weet van, maar het komt voor dat er vreemde zware metalen of verkeerde kunststoffen in het productieproces gebruikt worden. Dit soort factoren kunnen je uitkomst drastisch veranderen.

Uiteindelijk zal de basale vergelijking tussen een film met een EVOH-laag en een mono PP een goede basis hebben gehad, maar voor specifieke vraagstukken en claims over de duurzaamheid van verpakkingen heb je ook specifieke kennis en tools nodig om een onderbouwd en robuust antwoord te kunnen geven. Er spelen namelijk veel variabelen mee.

Deze column is van Vladi Boroday, Junior Packaging Technologist bij The LCA Centre. Hij geeft de pen door aan Roel Vink van NowNewNext.

  

 

Vereniging Nederlandse Verpakkingskundigen
Parc Tichelt 2 
4891 DZ Rijsbergen
ofni.[antispam].@verpakkingskundigen.nl